INTEGRITEIT IN DE TWEEDE KAMER IS ALS EEN SCHILDPAD: HET KRUIPT EN IS AFGEDEKT DOOR EEN DIK PANTSER

 

INTEGRITEIT IN DE TWEEDE KAMER IS ALS EEN SCHILDPAD: HET KRUIPT EN IS AFGEDEKT DOOR EEN DIK PANTSER

Op 21 mei schreef ik over de ontwikkeling van het integriteitsbeleid van de Tweede Kamer (Een integriteitstest voor de Tweede Kamer/ tekst hieronder) .

 

Er zijn goede bedoelingen, maar echt vlotten wil het niet. Schandaal volgt op schandaal, maar nergens is ook maar de minste sense of urgency te bespeuren.  Zelfs de verbijsterende publicatie in de NRC van 4 juni jl. '#Metoo op het Binnenhof' (https://www.nrc.nl/nieuws/2021/06/04/metoo-op-het-binnenhof-jouw-woord-tegen-dat-van-een-kamerlid-a4045963) veroorzaakte geen rimpeling van betekenis in de Hofvijver. Kamerleden doen er collectief het zwijgen toe. 

 

Hoe kan dat?

 

Over enkele dagen zal ik een antwoord proberen te formuleren op deze vraag. De titel van die publicatie zal zijn Spreken is zilver, zwijgen is goud, een bekende tegeltjeswijsheid uit het handboek van de laffe opportunist, achter welk gezegde al menige misstand onbesproken en onbestraft is gebleven.

 

Die komende publicatie vereist nog enige research en denkwerk, want zeker in integriteitsaangelegenheden zijn oppervlakkige waarnemingen of makkelijke oordelen zeer ongewenst. 

 

Zoals uiteengezet in onderstaande publicatie heb ik op 20 mei jl. een klacht ingediend bij het College van Onderzoek Integriteit Tweede Kamer. Die ging over wangedrag van twee fractieleden van Forum voor Democratie. We zijn nu drie weken verder en van het College vernam ik, afgezien van een naamloze ontvangstbevestiging, taal noch teken. 

 

Mijn ongeduldige aard verdraagt zo'n schildpaddentempo en gesloten uitstraling slecht, zeker in het licht van de hoogdravende teksten waarmee dat College een paar maanden geleden werd gelanceerd. Doe dan ook wat!  Dat door mij aangekaarte zaakje is zo ingewikkeld toch niet? En laat vooral ook wat van je horen, al was het maar een voortgangsberichtje. Liefst met een naam en telefoonnummer. 

 

Ik heb er maar eens een mailtje aan gewaagd. Zie hieronder. Wordt vervolgd.

 

Onderwerp: Voortgang klachtbehandeling

Datum: 2021-06-09 09:54

Afzender: Geert Dales <g.dalesxxxxxxx

Ontvanger: College Integriteit <collegeintegriteit@tweedekamer.nl

 

Geacht College,

 

Op 20 mei 2021 diende ik via het daarvoor bestemde digitale

formulier een klacht in tegen de FvD Kamerleden Van Meijeren en

Kerseboom wegens gedrag schadelijk voor het aanzien, het gezag en de

waardigheid van de Tweede Kamer. Het gewraakte gedrag bestond uit een

flagrante schending van de op dat moment geldende

coronabestrijdingsmaatregelen.

 

Op 21 mei 2021 ontving ik een ontvangstbevestiging en globale

procedureschets.

 

Op 23 mei stuurde ik een tweetal publicaties van mijn hand ter nadere

onderbouwing van mijn klacht, de klachtwaardigheid en de

ontvankelijkheid van uw College, met het verzoek die toe te voegen aan

het dossier.

 

Na de ontvangstbevestiging van 21 mei vernam ik niets meer.

 

Uiteraard begrijp ik dat in kwesties als deze zorgvuldig gehandeld

dient te worden en dat daar enige tijd mee gemoeid is. Snelheid en

transparantie zijn echter evenzeer van belang in de afhandeling van

integriteitskwesties. Hoe langer het tijdsverloop, hoe vervliegender het

momentum en daarmee de relevantie van uw oordeel.

 

Nu de corona-restricties in de samenleving als geheel weer aanzienlijk

zijn versoepeld zou een late afhandeling van mijn klacht al snel als

‘mosterd na de maaltijd’ kunnen gelden omdat niemand zich te

zijner tijd meer kan voorstellen welke maatschappelijk zeer ongewenste

invloed er uitging van het door de twee Kamerleden vertoonde gedrag.

 

Derhalve zou ik een voortgangsbericht zeer op prijs stellen, waarvoor

bij voorbaat hartelijk dank.

 

Met vriendelijke groet,

Geert Dales

 

 

EEN INTEGRITEITSTEST VOOR DE TWEEDE KAMER   (tekst van 21/5/2021)

Nog geen twee maanden na de installatie is al bijna 10% van de Kamerleden in de fout gegaan. De andere 90% ook door erover te zwijgen.

 

De Tweede Kamer heeft de afgelopen jaren werk proberen te maken van de bevordering van integer handelen in eigen kring. Dat was ook wel nodig. Wie de handel en wandel van Kamerleden een beetje heeft gevolgd ziet dat er, zachtjes uitgedrukt, ruimte is voor verbetering.

Laat ik het iets ruiger verwoorden: het is bezopen dat in ons ‘hoogste orgaan’ integriteitsschendingen schering en inslag zijn. Dat de Kamer een gedragscode heeft opgesteld, een integriteitsadviseur aangesteld en een College van Onderzoek Integriteit ingesteld mag gelden als een begin van serieus beleid, maar zolang Kamerleden zelf niet in het geweer komen wordt het nooit wat.

 

In vorige zittingsperioden hadden we onder meer te maken met een reeks Kamerleden die hun zakken vulden met onterecht verkregen vergoedingen. Een daarvan is thans met instemming van de partijleider loco-burgemeester van Groningen. Twee anderen zetelen nog immer in het Parlement. Van de serie alcoholistische automobilisten onder de Kamerleden is er één op dit moment wethouder te Oegstgeest. Een ander is opnieuw zittend Kamerlid. Een frauderende pooier die het Kamergebouw als bordeel gebruikte loopt eveneens nog steeds ongehinderd rond in ons parlement. In een potentiële coalitiefractie kon kritiekloos iemand plaatsnemen die zich met een imago van goedmens en een handige bedrijfsconstructie verrijkte door te graaien uit donaties voor goede doelen. Het Kamerlid dat met zijn hand in de broekjes van erg jonge jongens zat is inmiddels beschaamd afgedropen, maar hij werd wel beëdigd hoewel zijn bedenkelijke praktijken al lang bekend waren. Inmiddels hebben we ook te maken met een reeks Kamerleden die op eigen gezag wettelijk verankerde coronamaatregelen aan de laars lappen en er niet voor terugschrikken anderen in gevaar te brengen door ongevraagde aanrakingen, zelfs nadat bij een van de aanrakers corona-achtige verschijnselen waren geconstateerd. Tot slot is er ook nog een Kamerlid tegen wie, naar zeggen van de (inmiddels afgetreden) partijvoorzitter, door de vice-voorzitter van de desbetreffende partij een integriteitsklacht is ingediend wegens ongewenste intimiteit.

 

De nieuwe Tweede Kamer zit er nog geen twee maanden en ik tel nu al meer dan tien leden die zich aan integriteitsschendingen schuldig hebben gemaakt. De anderen staan erbij en kijken ernaar. Een integriteitsschending op zich. Elkaar aanspreken hoort de norm te zijn. Als in een organisatie in minder dan geen tijd een kleine tien procent van de medewerkers de fout in gaat zal iedere leidinggevende dat zien als een rode vlag. Zo niet de Tweede Kamer. Daar is wegkijken de norm en worden integriteitsvraagstukken onder de tafel gewerkt in een mist van vage teksten en onduidelijke commissies waarvan geen gewone sterveling iets snapt of weet van heeft.

 

Integriteitsbeleid Tweede Kamer

In maart 2013, ruim acht jaar geleden dus, installeerde de Kamer een Werkgroep Integriteit. Jaren van gepalaver leidde begin 2020 tot de aanstelling van een Adviseur Integriteit en de opstelling van een Gedragscode voor leden van de Tweede Kamer. Op 1 april 2021 benoemde de Tweede Kamer een College van Onderzoek Integriteit, dat moet toezien op naleving van de Gedragscode.

 

Over de prestaties van de Adviseur Integriteit berichtte ik op 26 april jl. in de publicatie ‘Een vijf-en-een-half voor vlijt’ (tekst nog te vinden op de pagina 'actueel'). Kort samengevat: wat heeft die mevrouw in godsnaam zitten doen in het afgelopen jaar?

 

Van de Gedragscode moet u zich ook niet teveel voorstellen. Het is geen doorwrocht en weldoordacht Handboek Integriteit voor Kamerleden met serieuze sancties, zoals uitsluiting uit het Parlement naar Brits model, maar een A4tje waarop vijf gedragsregels zijn vastgelegd, met twee aanvullende uitleg-A4tjes:

  1. Het Kamerlid oefent zijn ambt uit in onafhankelijkheid en in het algemeen belang
  2. Het Kamerlid accepteert geen gift of gunst die bedoeld is om zijn handelen in het ambt te beïnvloeden
  3. Het Kamerlid voldoet aan de registratieverplichtingen van het ambt
  4. Het Kamerlid gebruikt informatie niet voor persoonlijke belangen en waarborgt vertrouwelijkheid
  5. Het Kamerlid handelt conform de regels van de Kamer

 

Kortom: regels die al lang (grond-)wettelijk verankerd zijn, dan wel usance waren, of waarvan niet valt vast te stellen wat er precies mee bedoeld wordt. Sancties op overtreding zijn er alleen bij gedragsregel 4: uitsluiting van deelname aan commissievergaderingen voor maximaal een maand (maar wel met behoud van stemrecht) en uitsluiting van kennisneming van vertrouwelijke stukken. Gedragsregels 1, 2 en 3 kennen helemaal geen sanctie op overtreding. De straf op overtreding van gedragsregel 5 is dat de voorzitter een Kamerlid het woord kan ontnemen of van verdere deelname aan de vergadering waarin de overtreding plaatsvond kan uitsluiten.

 

digitale speurtocht

Voor het toezicht op de naleving van dit setje open deuren en vaagtaal is een deftige commissie ingesteld die ‘College van Onderzoek Integriteit Tweede Kamer’ heet. Sinds 1 april 2021 is dit comité aan het werk.

Iedereen kan een klacht indienen over vermeende schending van de Gedragscode door een Kamerlid’ lezen we op de website van de Tweede Kamer, mits u in dat digitale doolhof de weg weet te vinden.

 

Probeer het eens, als u een staaltje wangedrag van een Kamerlid waarneemt en u zich daarover wilt beklagen, maar niet weet dat u daarvoor moet zijn bij een commissie die zich ‘College van Onderzoek Integriteit’ noemt. Welke zoekopdracht u ook intoetst op www.tweedekamer.nl, u vindt het niet. U raakt totaal het spoor bijster in Kamerstukken, Kamervragen, notulen van vergaderingen, documenten uit lang vervlogen tijden en andere rommel. Grote kans dat u denkt: ‘Laat maar’.

 

Bent u vasthoudend en heeft u eenmaal het College van Onderzoek Integriteit gevonden, dan is het nog lang niet geregeld. ‘Het College kan geen klachten in behandeling nemen waarbij het Reglement van Orde op andere wijze het toezicht regelt, zoals het gedrag van Kamerleden tijdens debatten’. Om vast te stellen of uw klacht ontvankelijk is moet u dus eerst dat Reglement doornemen. Dat beslaat 48 pagina’s die bepaald niet lezen als de Donald Duck. Dan is er ook nog een ‘Regeling’ waarin de procesgang in het College zelf is vastgelegd.

 

knuffelen klachtwaardig gedrag?

Helaas kon ik na lezing van die 48 pagina’s, de gedragscode met bijbehorende toelichting en de Regeling niet met zekerheid vaststellen of het wangedrag van de Kamerleden Gideon van Meijeren en Simone Kerseboom van Forum voor Democratie van woensdag 19 mei jongstleden wel of niet valt onder het mandaat van het College van Onderzoek Integriteit. Deze Kamerleden bestonden het om elkaar te zoenen en te knuffelen in de plenaire zaal, waarbij zij, mede door de afwezigheid van mondkapjes, ernstige overtredingen begingen van de coronaregels die ons door de overheid, met instemming van de Tweede Kamer zelf, zijn opgelegd.

 

Als u dat gedrag zou vertonen in het openbaar vervoer of in winkels maakt u kans op twee keer een boete van 95 euro. Geen afstand houden en geen mondkapje dragen zijn feiten waarvan de strafbaarheid en strafmaat zijn verankerd in de artikelen 68bis lid 2 en 68bis lid 1(a) van de Wet Publieke Gezondheid. Kamerleden zijn, ook in de arena van de Tweede Kamer, niet gevrijwaard van beboeting of vervolging bij strafbare feiten. De casus lijkt dan ook een simpele. Hier is ontoelaatbaar gedrag vertoond dat gesanctioneerd dient te worden. Dat in de Kamer wettelijk iets meer vrijheden gelden dan buiten de deur ontslaat de Kamerleden niet van de plicht zich te gedragen zoals dat van iedere andere burger wordt verwacht en geëist. Handhaving is derhalve geboden.

 

wie handhaaft?

Maar door wie? De Kamervoorzitter deed het niet. Zij sputterde slechts, ruim nadat de feiten hadden plaatsgevonden. De ‘huisregels’ gingen nog eens rond en dat was het. Handhavers van de coronamaatregelen die de Kamerleden op hun wangedrag hadden kunnen aanspreken waren in geen velden of wegen te bekennen. Ook heb ik geen Kamerleden zien of horen protesteren. Bodes grepen evenmin in, maar dat zal niet tot hun takenpakket behoren.

 

Omdat ik het bezopen vind dat dit allemaal zomaar kan in ons Parlement en ik wel eens wil weten of dat integriteitsbeleid van de Kamer iets voorstelt of gebakken lucht is, heb ik op 20 mei een klacht ingediend bij het College van Onderzoek Integriteit. Daarbij baseerde ik mij, nu de reglementen, code en regeling geen helderheid geven over de ontvankelijkheid van mijn klacht, op een toelichtende mededeling bij de Gedragscode:

De gedragscode ziet op al het handelen in het ambt van Kamerlid, waaronder tevens wordt begrepen gedragingen die het gezag of de waardigheid van de Kamer in ernstige mate schaden’.

Me dunkt dat Kamerleden die in de volle openbaarheid in de plenaire zaal wettelijke regelingen en eigen codes aan de laars lappen en al lachend feiten plegen die in het dagelijkse leven van burgers strafbaar zijn, het gezag en de waardigheid van de Kamer in ernstige mate schaden.

 

hoe gaat dit aflopen?

Het College kan, zo lezen we in de ‘Regeling’, geen klachten in behandeling nemen over strafbare feiten of over feiten waarbij het Reglement van Orde op andere wijze het toezicht regelt ‘zoals het gedrag van Kamerleden tijdens debatten’. Of het knuffel- en zoengedrag gerekend moet worden tot ‘feiten waarbij het Reglement van Orde op andere wijze het toezicht regelt’ is niet met zekerheid vast te stellen. Het betreft feiten die strafbaar gesteld zijn, dus zou het College mijn klacht als niet-ontvankelijk kunnen aanmerken, zij het dat dit gedrag in de beslotenheid van de Kamer weer niet strafbaar is. De gedragingen waren zonder meer schadelijk voor het gezag en de waardigheid van de Kamer en dat is iets waarop de gedragscode ‘ziet’. Dus is mijn klacht wel ontvankelijk. Het gebeurde bovendien niet tijdens, maar na het debat. Het was derhalve geen ‘gedrag van Kamerleden tijdens debatten’ waarvoor het Reglement van Orde toezicht regelt en het College buitenspel zet. Een extra argument pro ontvankelijkverklaring, lijkt mij. 

 

Desalniettemin is er iets in mij dat zegt dat dit gaat eindigen in een formeel afwijzingsbriefje. Zoals de frauderende pooier, de alcoholistische automobilisten en de graaiers gewoon verder konden omdat die feiten onder de uitsluitingsgrond vallen dat ze voor 1 april 2021 plaatsvonden, zullen de mondkaploze knuffelaars ook wel vrijuit gaan omdat een of ander artikel van het reglement van orde, de gedragscode of de regeling voorziet in een grond voor afwijzing van de klacht.

 

Waarna de Kamer voortstrompelt naar het volgende integriteitsschandaal. Kamerleden staan erbij, kijken ernaar en doen niets, zonder te beseffen dat ze daarmee hun eigen integriteitsbeleid, dat nog in de kinderschoenen staat terwijl het elders in de samenleving al lang gemeengoed is, te gronde richten. 

 

Geert Dales

21 mei 2021

 

(wilt u op geattendeerd worden op nieuwe publicaties op deze website, geef uw mailadres dan door via www.geertdales.com/nieuwsbrief-reacties-contact)