NOGMAALS 'JAN FOR PRESIDENT': DAT KABINET RUTTE-IV KOMT ER NIET

 

 

NOGMAALS 'JAN FOR PRESIDENT': DAT KABINET RUTTE-IV KOMT ER NIET

 

Op 4 april noemde ik in mijn publicatie 'Jan for President' minister-president Mark Rutte de Johan van Oldenbarnevelt van deze tijd. Net als de raadspensionaris van de Staten van Holland in 1619 zit hij in een opkamertje bij het Binnenhof maandenlang zijn onthoofding af te wachten. Anders dan vier eeuwen geleden zal er geen bloed vloeien. Maar "met het premierschap van Mark Rutte is het gedaan", was mijn stelling, die ik met argumenten onderbouwde.

(voor wie het nog eens wil nalezen staat hieronder de volledige tekst van mijn blog van 4 april)

 

Indachtig de tegeltjeswijsheid 'De tijd heelt alle wonden' analyseerde de parlementaire journalistiek na het desastreuze Kamerdebat over 'functie elders' van 1 april dat de 'overlevingskunstenaar' Rutte toch nog kans zou zien om 'geitenpaadjes' -wat een vreselijk jeukwoord uit het Haagse jargon overigens- te vinden op weg naar Rutte-IV.

 

Zeker toen de MP steeds vaker begon te praten over 'radicale ideeën' die hij zou ontwikkelen over bestuurlijke vernieuwing, waarbij de woorden 'macht en tegenmacht' uit zijn mond rolden alsof hij nooit met iets anders bezig was geweest, kakelden de Xander van der Wulpsen, Joost Vullingsen en Ron Fresentjes van deze wereld elkaar en andere collega's na dat de situatie na de breed aangenomen motie van afkeuring van D66 en CDA heel anders was geworden. De wijze Tjeenk Willink had goed werk afgeleverd en het pad bereid voor een doorstart van de VVD-leider. Die waste in zijn eindverslag als informateur (zie het stuk ‘WUFTE WIJSHEID-II op www.geertdales.com/archief ) de hoofdrol van Rutte in het ontstaan van een monistische bestuurscultuur, vol achterkamertjesoverleg en tegenwerking van kritische geesten, wit door te betogen dat Rutte niet als enige verantwoordelijk kon worden gehouden. Nee, zeker niet. Maar hij was wel de voorganger in die dienst.

 

Binnenhof-watchers wogen ieder woord van PvdA-leider Ploumen en GroenLinks-leider Klaver op een goudschaaltje. En ja hoor, links en rechts zagen ze subtiele, maar niet mis te verstande aanwijzingen dat beiden toch wel weer met Rutte in zee wilden. Met Kaag had Rutte zelfs geluncht. In het Catshuis nog wel. CU-leider Seegers was ook al milder in zijn oordeel geworden. Rutte-IV ging er echt wel komen. Hier zagen we de visievertunneling van tot over hun nek geïnvolveerde Haagse journalisten die vaker met betaalde praatjes in talkshows de nuffige duider uithangen dan de macht kritisch op de hielen zitten. 

 

De journalistieke communis opinio is dat de formatie eindigt in een nieuw kabinet onder leiding van de Houdini van de Nederlandse politiek. Ik zeg u: dat gebeurt niet. En dat zeg ik niet als enige. Bij BNR opinieerde  oud-Kamervoorzitter Frans Weisglas op 11 mei: 'Rutte geen premier'. (https://www.bnr.nl/nieuws/politiek/10440801/oud-kamervoorzitter-frans-weisglas-rutte-niet-opnieuw-premier-terug-in-de-kamer).

 

Zijn betoog is dat Rutte alleen geloofwaardig inhoud kan geven aan zijn 'radicale ideeën' over macht en tegenmacht, vertrouwen, transparantie en dualisme als hij in de Kamer gaat zitten. Een andere VVD'er zou dan minister-president moeten worden. De redenering is een andere, maar qua uitkomst zitten Weisglas en ik op dezelfde lijn. 

 

Dat zitten we ook in ons oordeel over de vertoning bij Nieuwsuur. "Niet onder de indruk" zei de keurige Weisglas. "Een irritante tsunami van holle woorden zonder enige serieuze gedachte over bestuurlijke vernieuwing" zeg ik. Hoogtepunt in de gênante kletsika was het voorstel voor 'een club' die tussen regering en uitvoeringsorganisaties moest zitten om mensen bij te staan die vermalen zijn door de overheidsmachinerie. Een club!

 

Daar zit een minister-president met elf jaar ervaring in het hoogste ambt en evenzovele jaren in andere hoge politieke ambten, met tienduizenden gedupeerde ouders in de maatschappelijke vangrail,  en die weet niks beters te bedenken dan 'een club'. Ombudsman Reinier van Zutphen, toevallig daags na Nieuwsuur in de Tweede Kamer om zijn jaarverslag aan te bieden, maakte er terecht korte metten mee. "Ik ben vooral geïnteresseerd in een club die mijn rapporten leest". Daar konden de MP en het kabinet het mee doen. 

 

Het lot van Mark Rutte wordt niet bepaald door de verkiezingsuitslag -waaraan hij argumenten ontleent om te blijven- noch door de bereidheid van de politiek leiders van D66, het CDA, GroenLinks of de PvdA om alsnog met hem in zee te gaan. Zijn lot wordt bepaald door de tijdgeest. De geest die in de samenleving buiten het Binnenhof leeft. Dat is op dit moment de geest die uit de fles is gekomen na 'geen geld meer naar de Grieken', de aardbevingsschade, de toeslagenaffaire, breedschalige ontsporingen in uitvoeringsorganisaties, 'functie elders', 'geen actieve herinnering', een overmatige coalitiedwang en talloze andere grote en kleine ontsporingen in het landsbestuur. 

 

In de volgende kabinetsperiode staan ons drie parlementaire enquêtes te wachten waarin Mark Rutte een hoofdrol zal spelen. Over de gasboringen, de kindertoeslagen en het coronabeleid. Wie een seconde nadenkt welke risico's dat met zich meebrengt voor het landsbestuur is meteen genezen van Rutte-IV als wenkend perspectief. De Tweede Kamer is tot gekke dingen in staat -het handhaven van een pooier en fraudeur in de eigen gelederen bijvoorbeeld- maar iets in mij zegt dat op enig moment ook daar het inzicht zal doordringen dat elders in de samenleving al lang gemeengoed is geworden: de tijd van gaan is gekomen. 

 

Mark Rutte is een man met grote kwaliteiten. Hij heeft zijn best gedaan en verdient een hoge onderscheiding voor zijn verdiensten voor Nederland. Maar nu is het klaar. De tijdgeest heeft gesproken. Jan for President.

 

Geert Dales

11 mei 2021

(Voor reacties en aanmeldingen voor periodieke updates over publicaties op mijn website: www.geertdales.com/nieuwsbrief-reacties-contact)

Zie ook www.geertdales.com/piano (onderaan) voor de crowdfundingactie van de getalenteerde pianist Illia Fialko. Met nog zes dagen te gaan heeft hij 82% van zijn target binnen. Help hem naar (over) de 100% !

https://www.voordekunst.nl/ontdek?q=illia+fialko 

 

 

_______________________________________________________________

(HIERONDER DE TEKST VAN 4 APRIL 2021)

 

JAN FOR PRESIDENT

over ‘functie(s) elders’, machtsbehoud, Johan van Oldebarnevelt, Paasberaad en hoe een oud-voorzitter van de VVD nieuwe verkiezingen kan voorkomen

 

Who dunnit?

Het was niet de butler, maar inderdaad Annemarie Jorritsma, zoals ik voorspelde (zie publicatie 27 maart jl. hieronder).

AJ: vzTK-PO/CDA? notuleerde de ambtelijke staf van de verkenners uit de mond van ‘AJ’. Voor wie deze geheimtaal niet meteen doorgrondt: er staat dat AJ = Annemarie Jorritsma opperde dat PO = Pieter Omtzigt (CDA) vzTK moest worden gemaakt. Voorzitter van de Tweede Kamer dus.

 

Dat VVD-leider Mark Rutte een ministerspost voor Omtzigt inbracht deed afbreuk aan mijn beeld van zijn politieke listigheid. Ik had verwacht dat hij deze klus geheel zou overlaten aan AJ. Zijn uitleg dat dit een voortborduren was op een eerder contact met CDA-leider Hoekstra maakt het iets minder ongepast en brutaal dan dat Jorritsma opperde om Omtzigt Kamervoorzitter te maken.

 

Haar verweer in het Kamerdebat dat dit niet waar kon zijn omdat zij als geen ander weet “dat op zo’n manier echt geen Kamervoorzitter wordt benoemd” is hoogst ongeloofwaardig. Dergelijke benoemingen worden wel degelijk achter de schermen bedisseld en geritseld, of op zijn minst voorbesproken, voorgekookt en bevorderd. Jorritsma zelf weet er alles van, al was het maar omdat zij aanzit bij het ‘BPO’, het wekelijkse bewindspersonenoverleg waar de VVD-top niet alleen lopende zaken bespreekt, maar ook komende vacatures, wie daarvoor uit VVD-kring in aanmerking zou kunnen komen en hoe een benoeming het beste geregeld kan worden.

 

Functies elders

Maar ook uit eigen ervaring weet AJ hoe de hazen lopen. Toen in 2002 haar ministerschap ten einde liep moest er een functie elders gevonden worden. In 2003 kwam Almere vrij en het leek haar wel wat om burgemeester van de polderstad te worden. VVD-burgemeestersscout Willibrord van Beek, tuk op een VVD-succesje in de groeistad, harkte een aantal VVD-kanshebbers bij elkaar. Hoe meer hagel, hoe groter de kans op een raak schot. Ik was er een van. Henry Meijdam, op dat moment VVD-gedeputeerde in Noord-Holland, een andere. Toen Jorritsma erover vernam werd ze ongerust.

 

Nog voordat ik had besloten daadwerkelijk te solliciteren hing toenmalig VVD-leider Gerrit Zalm aan de lijn. Dat er van een sollicitatie geen sprake kon zijn. Ik was nog geen jaar ervoor lijsttrekker in Amsterdam geweest en opnieuw wethouder, tevens loco-burgemeester van de hoofdstad. Binnen een jaar al vertrekken naar een nieuwe positie was kiezersbedrog, aldus Zalm. Ik vroeg hem hoe het dan mogelijk was geweest dat Melanie Schultz van Haegen, ook lokale lijsttrekker in 2002 en wethouder te Leiden, vier maanden na die verkiezingen staatssecretaris voor de VVD was gemaakt in het kabinet Balkenende-I. Nota bene door Zalm zelf. Was dat dan geen kiezersbedrog? De flipperkastgrijns van de partijleider verdween op slag. Het was dat Jozias van Aartsen in mei 2003 de politieke leiding overnam van Gerrit Zalm en Jan van Zanen in hetzelfde jaar partijvoorzitter werd, anders was ik in 2004 nooit benoemd tot voorzitter van de Commissie Liberaal Manifest die de opdracht kreeg om vanuit de liberale idealen een visie op de toekomst te formuleren, als grondslag voor een ideologische herijking van de VVD.

 

Ik solliciteerde niet naar Almere. Evenmin als Henry Meijdam, die een vergelijkbaar belletje had gekregen. In zijn geval van Frank de Grave, op dat moment de vice-voorzitter van de VVD-fractie in de Tweede Kamer. Voelde ik me toch nog vereerd dat ik door de baas zelf was gebeld. Pas later, toen Henry inmiddels burgemeester van Zaanstad was geworden en ik van Leeuwarden –zonder aanmoediging van de VVD overigens, het was helemaal mijn eigen idee- analyseerden we dat Zalm erop uit was concurrentie voor Jorritsma uit te schakelen. Ze moest naar een functie elders en Henry en ik konden wel eens roet in het eten gooien.

 

Rita Verdonk, in 2006 met 620.555 voorkeursstemmen de Pieter Omtzigt van de VVD, vertelde afgelopen week op NPO-Radio1 nog eens over de escapades van de toenmalige VVD-top om haar in 2007 uit te schakelen door haar het burgemeesterschap van Rotterdam aan te bieden. Ook zij werd gebeld door Gerrit Zalm. “Als wij zorgen dat jij burgemeester van Rotterdam wordt, wil je dan je zetel inleveren?”. Ik herinner me nog een prachtige foto van Martijn Beekers voor de deur van het Novotel in Den Haag, waarmee de fotograaf in 2007 de Zilveren Camera won. VVD-ereleden Erica Terpstra, Henk Vonhoff en Frits Korthals Altes zitten na een mislukte verzoeningspoging met Verdonk met een chagrijnige muil in de auto te wachten op de chauffeur. Het was Korthals Altes, prominent inwoner van de havenstad, die het idee ‘Rita burgemeester’ had verzonnen. Ze hadden echt gedacht dat ze het wel even konden ritselen. Maar Rita hapte niet.

 

In dit patroon past ook de poging om Loek Hermans, slechts zes weken na zijn smadelijke aftocht als VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer, in december 2015 het waarnemend burgemeesterschap van Zutphen te bezorgen. Dat het niet doorging kwam niet doordat de VVD-top alsnog besefte dat die benoeming –die door toedoen van de toenmalige Commissaris der Koning in Gelderland, de VVD’er Clemens Cornielje, al een feit was- absoluut niet door de integriteitsbeugel kon, maar omdat de bevolking van Zutphen, onder aanvoering van een SP-raadslid, in opstand kwam.

 

Nog eentje in deze reeks: na zijn ‘datsja-leugen’ moest de gewezen minister van buitenlandse zaken en oud-VVD-leider Halbe Zijlstra een functie elders. Dat hij de kluit belazerd had was voor minister-president Rutte geen belemmering persoonlijk te interveniëren in het benoemingsproces voor de positie van bewindvoerder bij de Wereldbank. Niet een uitermate gekwalificeerde topambtenaar, maar de gesneefde oud-minister moest de baan krijgen. Omdat deze chicanes door een lek op straat kwamen te liggen nog voor de benoeming een feit was ging het feest niet door. Zijlstra was al in Washington geweest om geschikte huisvesting te zoeken.

 

Vooruit, nog eentje dan! Frans Weekers, de begin 2014 wegens schandalen bij de Belastingdienst gesneuvelde VVD-staatssecretaris van Financiën. Hem werd een paar maanden nadien het lidmaatschap van een begrotingscommissie toegeschoven die de financiën op Aruba moest doorlichten. Het feest ging uiteindelijk niet door vanwege gesodemieter op het Antilliaanse eiland. Weekers kwam uiteindelijk nog goed terecht met mooie banen in Londen en Brussel.

 

 

Behoud van macht belangrijker dan de reden voor de macht

Functie elders’ is een beproefd concept voor de oplossing van een personeelsprobleem. Of het doel nu is een falende functionaris te lozen, een brave te belonen of een lastige te neutraliseren, de daaraan ten grondslag liggende morele standaard is steeds dezelfde: wij hebben de macht om zoiets te kunnen regelen en deinzen er niet voor terug die te gebruiken, ook al druist het in tegen politiek-bestuurlijke mores, beginselen van integriteit en benadeelt het beter gekwalificeerden. Het is de regentenmentaliteit van machthebbers die te lang op het pluche hebben gezeten, te weinig tegenspraak meer krijgen en wier moreel kompas ofwel ontbreekt, of is gaan haperen. Behoud van de macht is belangrijker geworden dan de reden voor het hebben van die macht. Alles wijst erop dat in de VVD van dit moment die mentale gesteldheid de overhand heeft gekregen.

 

Hoe anders valt de brutaliteit te verklaren van @lebbink, beter bekend als AJ, die daags na het voor haar en VVD-leider Rutte desastreus verlopen Kamerdebat, toen zij vernam dat de jongerenorganisaties van de CU, D66 en het CDA van mening waren dat de moederpartijen niet meer verder konden met Mark Rutte als VVD-leider, twitterde:

Je moet maar durven om de lijsttrekker van de grootste partij die de verkiezingen net heeft gewonnen als jongerenorganisaties uit te willen sluiten”.

 

Je moet maar durven dacht ik, om nog maar een paar dagen geleden ‘vzTK-PO/CDA’ ter tafel te brengen, daar geen herinnering aan te hebben en anderen –ambtenaren- het bedenken van ‘functie elders’ in de schoenen te schuiven. Dat de ambtelijke ondersteuners op eigen houtje het bespreekpunt ‘Functie elders’ voor de altijd kritische Omtzigt op de notitie voor de verkenners plaatsten, zoals minister van BZK en oud-verkenner Kajsa Ollongren met een stalen gezicht, mede namens collega Jorritsma, de Tweede Kamer wilde doen geloven gaat er bij mij niet in. Zij zullen het zeker opgeschreven hebben als punt van aandacht, maar pas nadat zoiets uit de mond van een of ander politiek personage was vernomen. Uit eigen ervaring weet ik dat ambtenaren door en door loyaal zijn aan het politiek-bestuurlijk gezag. Die gaan niet rommelen in politiek-bestuurlijke verhoudingen, zelfs niet de minste suggestie daarvoor inbrengen. Dat is een erecode. Meteen nadat Ollongren die woorden sprak rolden dan ook de eerste verontwaardigde tweets van ambtenaren binnen.

 

 

Rutte is de Oldebarnevelt van deze tijd

De motie van wantrouwen tegen minister-president Rutte van PVV-leider Wilders werd verworpen (72 stemmen voor, 78 tegen), maar de motie van afkeuring van D66 en het CDA jegens het Kamerlid Rutte werd aangenomen. Met een overweldigende meerderheid zelfs. Alleen de fractie van de VVD stemde tegen. Formeel is het geen motie van wantrouwen, dus Mark Rutte heeft het staatsrecht aan zijn zijde als hij stelt dat hij nog steeds het vertrouwen van de Kamer geniet en door kan gaan als regeringsleider. Materieel gezien was het niets anders dan een motie van wantrouwen. “Ik had het niet beter kunnen zeggen” oordeelde D66-leider Sigrid Kaag toen Geert Wilders constateerde: “U heeft zojuist Mark Rutte onthoofd”.

 

Natuurlijk konden D66, het CDA en de CU de motie van wantrouwen niet steunen. Dat zou het land in een bestuurlijke chaos gestort hebben, met Sigrid Kaag of Hugo de Jonge als tijdelijk premier. Of Tamara van Ark, net geloosd als verkenner. Geen verstandig mens wil zo’n crisis en zulke risico’s in coronatijd op zijn geweten hebben. Dus mag, of sterker nog, moet Mark Rutte voorlopig door. Tot er een nieuwe regering is. Het is een uitgestelde executie. Zoals Johan van Oldebarnevelt in 1619 maandenlang in een opkamertje bij het Binnenhof moest wachten op zijn onthoofding, moet Mark Rutte nu in een ander Binnenhofs opkamertje nog maanden lijdzaam hetzelfde lot afwachten. Met het premierschap van Mark Rutte is het gedaan. Het is even tragisch als deerniswekkend. ‘Geen werkomgeving onveiliger dan de politiek’ schreef ik nog op 29 januari jl. in de NRC (zie pagina PUBLICATIES op deze website). Ook de Houdini van de Nederlandse politiek kan er nu over mee praten. De ene dag zijn Sig, Wop en Gert-Jan je BFF’s, de andere dag trekken zij het mes.

 

 

Paasberaad

Pasen is het feest van wederopstanding, hoop, verzoening en bevrijding. Een moment voor bezinning en reflectie. Maar het kan mensen ook op gekke ideeën brengen. Vorig jaar belegde Jan Nagel, sinds driekwart jaar weer voorzitter van 50PLUS, een ‘Paasberaad’ waarbij hij een crisis in zijn partij fabuleerde en forceerde en zichzelf positioneerde als de brenger van de Verlossing. De afloop is bekend. Van de destijds gepeilde tien zetels bleef er op 17 maart jl. slechts één over. Wie wil lezen hoe dat ging en over veel meer gekkigheid in het politieke universum raad ik mijn boek ‘Tien Zetels’ aan (te verkrijgen via www.bol.com).

 

Het Paasberaad van 2021 belooft evenmin een goede afloop. Nu is de VVD de klos. Al op Goede Vrijdag liet CU-leider Gert-Jan Segers er geen misverstand over bestaan. Zijn partij zal niet meer meedoen in een coalitie zolang Mark Rutte de VVD-leider blijft. “Judas!” was de voorspelbare reactie van een horde VVD-prominenten, met de herinnering -die wel- aan de EO-uitzending van ‘The Passion’ nog vers in hun hoofd. “Nog maar twee weken geleden hebben bijna twee miljoen mensen op Mark Rutte gestemd. Basta!” riep oud-minister Uri Rosenthal. Dat die stemmen werden uitgebracht toen nog niemand wist wat zich in de Stadhouderskamer op het Binnenhof had voltrokken liet hij onbesproken. “Je moet maar durven” twitterde @alebbink toen de jongeren van CU, CDA en D66 te kennen gaven het niet meer te zien zitten met Rutte. “Mark Rutte is slachtoffer van populistische hypocrisie” schreef communicatiestrateeg Jan Driessen op Adformatie.nl, een platform waar ‘reputatiemanagers’ graag vertellen hoe anderen het moeten doen. Eén domme fout van Rutte wordt nu afgestraft door adepten van ‘de principeloze geldwolf Orbán, de aartsleugenaar Trump en de dictator Erdogan’ betoogde spindoctor Driessen, VVD’er en huisvriend van Mark Rutte, in een poging diens misstappen te beperken tot alleen ‘functie elders’ en die ene miskleun nietig en onbetekenend te laten lijken in het licht van de wandaden van buitenlandse potentaten die Wilders, Baudet en Azarkan voor zoete koek zouden slikken. Alsof Hongarije, de VS en Turkije onze referentiekaders zijn.

 

Ik lieg niet, nooit. Heb ik een van u ooit belazerd?” sprak een bijna wanhopige MP tot de Tweede Kamer. Ja, gonsde het door het hele land. Duizend euro voor iedere werkende Nederlander. Aan de hypotheekrenteaftrek wordt niet getornd. Geen geld meer naar de Grieken. Geen herinnering aan de burgerdoden in Hawija. Geen herinnering aan het dividendbelastingmemo. Geen herinnering aan de datsjaleugen van Zijlstra. Geen herinnering aan de bonnetjes van Teeven en Opstelten. Geen herinnering aan functie elders voor Omtzigt. Driessen zwijgt erover, maar de lijst is lang en wordt langer. Te lang nu, naar het oordeel van de hele Tweede Kamer minus de VVD en naar de mening van een ruime meerderheid in het land, zoals Maurice de Hond inmiddels peilde.

 

Hoe verder

De grote vraag is nu: hoe verder? CDA-voorman Hoekstra sprak over een ‘rotzooi’ die is aangericht en dat was nog zacht uitgedrukt. Voor die rotzooi is de Tweede Kamer, die donderdagnacht de VVD-leider aanviel vanwege zijn twijfelachtige omgang met de waarheid, net zo verantwoordelijk als de onthoofde premier. “Wij zijn de opdrachtgever, wij hebben de leiding, de verkenners werken in onze opdracht” brulde FvD-fractievoorzitter Thierry Baudet verontwaardigd toen hem bleek dat de oude en de nieuw benoemde verkenners niet hadden gedaan wat de Kamer wilde. Waarom had de Tweede Kamer dan niet tevoren duidelijk het speelveld van de verkenners vastgesteld? En waarom stemde de Kamer, ook Baudet, Wilders, Marijnissen, Klaver en Ploumen, in met de benoeming van twee verkenners met intrinsieke partij- respectievelijk eigen belangen, in plaats van te kiezen voor één gezaghebbende, neutrale, boven de partijen staande verkenner die binnen een helder mandaat het speelveld in kaart kan brengen zonder bijbedoelingen? Die komt nu alsnog en beter laat dan nooit, maar de Tweede Kamerleden die voetstoots instemden met de komst van Jorritsma en Ollongren en daarna die van Van Ark en Koolmees moeten ook de hand in eigen boezem steken. Een wat bedaagder optreden dan de opgewonden vertoning van 1 en 2 april is nu noodzakelijk om niet nog meer chaos te veroorzaken.

 

Gert-Jan Segers, leider van de ChristenUnie, heeft met zijn ‘njet’ tegen een nieuwe coalitie met de VVD onder leiding van Mark Rutte het verdere proces gecompliceerd, maar tegelijkertijd vergemakkelijkt. Gecompliceerd omdat de huidige coalitie, die na de verkiezingen 78 zetels heeft, zonder de vijf van de CU niet verder kan, terwijl geen enkele andere partij geloofwaardig kan instappen gelet op het stemgedrag bij de moties. Vergemakkelijkt, omdat hij scherp heeft neergezet dat een regering met de VVD alleen nog denkbaar is als Mark Rutte het veld ruimt. Zonder de 34 zetels van de VVD is geen houdbare coalitie te vormen. Het is dus of Rutte eruit, of nieuwe verkiezingen. Het woord is aan de VVD.

 

Jan van Zanen

In de politiek geldt vaak dat niets is wat het lijkt. Als VVD-voorzitter Christianne van der Wal verklaart dat Mark Rutte haar ‘volledige steun heeft’ kun je dat net zo goed duiden als hakken in het zand en loyaliteit aan de leider, dan als het opdrijven van de prijs als het eenmaal zover is dat de VVD bereid is Rutte te laten vallen. Datzelfde geldt voor het koor van VVD’ers dat liet weten dat Mark Rutte gewoon door kan gaan (‘bijna twee miljoen stemmen’) en ‘woedend’ te zijn op Judas Segers. Ook zij weten dat er maar twee varianten zijn:

 

  • Rutte blijft de leider van de VVD en is degene die de formatiebesprekingen voert namens zijn partij en is de kandidaat-premier
  • Rutte wordt beschaafd uitgefaseerd en vervangen door een andere VVD’er die bij coalitiepartners wel het vertrouwen wint en kandidaat-premier wordt.

 

In de eerste variant gaan we onder meer beleven dat de VVD het voortouw in de (in)formatie laat aan D66 en rustig afwacht totdat alle denkbare opties –en dat zijn er niet veel- onhaalbaar gebleken zijn. Sommigen in de VVD denken dat Kaag en consorten daarna met hangende pootjes terugkeren naar Rutte. Ik voorspel dat deze route leidt naar nieuwe verkiezingen. Elke fractieleider die voor de moties van afkeuring en wantrouwen heeft gestemd en zoiets doet is ten dode opgeschreven. Het gaat dus niet gebeuren. De formatie loopt volledig vast en de enige uitweg is terug naar de kiezer. Omdat de VVD ook wel weet dat dit tot aanzienlijk zetelverlies zal leiden gaat het zover niet komen. Het is de kiezer ook niet uit te leggen dat het vasthouden aan Rutte, aan wie nu niet alleen een lange lijst vertrouwenondermijnende handelingen kleeft, maar die zich in de komende regeringsperiode ook nog eens voor drie risicovolle parlementaire enquêtecommissies (toeslagenaffaire, gaswinning en coronabeleid) zal moeten verantwoorden, de reden is voor nieuwe verkiezingen die het landsbestuur tot in 2022 lam zullen leggen.

 

Wil de VVD nog verder besturen –en dat wil de partij maar al te graag- is optie twee de enige mogelijkheid: Rutte vervangen door iemand die zijn premierschap kan overnemen. In de VVD-fractie, vol met talent waar de partij de komende vier tot acht jaar veel plezier aan gaat beleven, zit niemand met de statuur die de voor de hand liggende coalitiepartners ertoe zal brengen over de vertrouwensbreuk heen te stappen. Er moet dus een horizontale instromer komen. ‘Edith Schippers’ roepen de parlementaire journalisten dan unisono in een gemakzuchtige reflex. Waarom zij altijd meteen genoemd wordt heb ik nooit begrepen. Drie keer kreeg ze als minister van Volksgezondheid een motie van wantrouwen voor haar kiezen. Alledrie verworpen weliswaar, maar toch. Ik heb geen oordeel over haar (on)geschiktheid, maar zou eerst een doorwrochte analyse van de parlementaire journalistiek willen lezen voordat ik meega in het gejubel over deze vrouwelijke premierskandidaat.

 

In de situatie waarin we nu zitten moet ‘tried and trusted’ leidraad zijn. Geen experimenten, geen risico’s en bewezen kwaliteit. De VVD heeft zo iemand in huis. De naam is Jan van Zanen. Zijn politiek-bestuurlijke staat van dienst is vlekkeloos. Zijn ervaring lang en breed. Jan is de rust zelve en doet in hoffelijkheid en jovialiteit geenszins onder voor Mark Rutte. Jan zit al in Den Haag, hij hoeft niet eens te verhuizen. Dat zijn burgemeesterschap aldaar nog maar van korte duur is kan en mag geen belemmering vormen. Er zijn wel vaker mensen, ook VVD’ers, na een kort verblijf op een of andere functie van hun post gehaald en elders neergezet om een urgent probleem op te lossen. Voor Den Haag is zo weer een andere geschikte burgemeester te vinden. Hubert Bruls bijvoorbeeld. Die zit er toch al dag en nacht. Jan zal zeggen dat hij niet weg kan en weg wil, maar dat zei hij ook toen de VVD erop aandrong zijn Utrechtse burgemeesterschap, waarvoor hij net was herbenoemd, in te ruilen voor Den Haag. Loyaliteit en een dienstbare instelling kenmerken deze oude rot in het bestuurlijke vak.

 

Toen Van Zanen mij in 2004 als VVD-voorzitter verzocht leiding te geven aan de commissie die een nieuw liberaal beginselprogramma moest opstellen kreeg ik te horen dat we volledig de vrije hand hadden, binnen de grenzen van drie dogma’s: de hypotheekrente-aftrek staat als een huis, aan de AOW wordt niet getornd en handen af van het Koningshuis. Het Koningshuis zal nog wel even blijven, maar over de andere twee hoeft premier Van Zanen zich geen zorgen te maken dat die nog tot een complicerend debat in zijn partij zullen leiden. Zijn entree bij de andere coalitiegenoten wordt er ook een stuk makkelijker door. Als de luidruchtige VVD-prominenten zich een tijdje orale zelfquarantaine opleggen en het delicate vertrouwensherstelproces niet verder belasten zie ik geen enkele beer op de weg. Zo kan de VVD weer verder.

Ik zeg: Jan for President!

 

Geert Dales

4 april 2021

 

 

THE LAST POST VOOR EN OVER 50PLUS

 

THE LAST POST VOOR EN OVER 50PLUS

 

Als ouderen over seks gaan praten weet je dat het foute boel wordt.

 

Elke dag vraag ik me af ‘kan het nog gekker’ en elke dag is het antwoord op die vraag: ‘ja’, zei ik in het voorjaar van 2020 in een radio-interview. Aanleiding waren de aanhoudende ruzies en gekkigheid in de politieke partij 50PLUS waarvan ik op dat moment voorzitter was.

 

Vandaag, een jaar na het einde van mijn voorzitterschap, is die tekst nog steeds actueel. Absoluut hoogtepunt van de dagelijkse 50PLUS gekkigheid was het interview met partijvoorzitter Jan Nagel op Bevrijdingsdag 5 mei. Jan ging ineens over seks praten.

 

Hij beging de zeldzame indiscretie om gewag te maken van een –inmiddels verbroken- geheime verhouding tussen het enig overgebleven Tweede Kamerlid Liane den Haan en vice-partijvoorzitter Gerard van Hooft. In die relatie was onmin ontstaan en dat gooide Nagel via de nationale televisie op straat, wetend welke verwoesting hij daarmee aanrichtte in privé-levens van mensen die dit vermoedelijk liever voor zich hadden gehouden.

 

Nagel suggereerde daarbij ook nog, quasi-verontwaardigd kijkend, dat er van onwenselijkheden sprake was geweest, door te melden dat de vice-voorzitter een integriteitsklacht tegen het Kamerlid had ingediend. Den Haan was over de schreef gegaan, moesten we hieruit opmaken. Je zag de woorden ongewenst/intimiteit/#metoo door het beeld zweven. Jan genoot zichtbaar. Dit was zijn moment.

 

Die truc om anderen te beschadigen door valse beschuldigingen en dusdoende veren op de eigen hoed te planten herkende ik meteen. Nagel heeft zoiets ook met mij geprobeerd door roddels te verspreiden en bij de pers in te steken dat ik het zou hebben aangelegd met een junior medewerker van het partijkantoor (zie www.geertdales.com/publicaties: het artikel ‘Een omgekeerd #metoo’tje’). Met dat kletsverhaal, dat ik gelukkig dankzij een attente informant onschadelijk kon maken voordat het zijn verwoestende werking kon krijgen, probeerde hij gezag voor zijn voorzitterschap te verwerven. Die Dales deugde niet. Hij, Nagel, zou het wel even regelen.

 

Dat is smadelijk mislukt. Krol en ik brachten 50PLUS op tien zetels in de peilingen. Nagel heeft er in driekwart jaar nul in de Tweede Kamer van weten te maken. “Ik weet hoe je een goede lijsttrekker moet vinden. Ik weet hoe je verkiezingscampagne moet voeren. Ik weet hoe je reclamespotjes moet maken. Ik weet hoe je lijsttrekkers aan tafel krijgt in de talkshows. Ik weet hoe je een krantencampagne voert. Na vijftig jaar weet ik wat effectiever is. Alleen ik kan de partij redden”. Hij zei het letterlijk zo in een even hilarisch als krankzinnig interview in de NRC, kort na zijn hernieuwde aantreden als voorzitter.

 

Met het vertrek van het enige overgebleven Kamerlid Liane den Haan uit 50PLUS is de partij dood. Het hoofdpodium is weg. Er zitten nog wel twee 50PLUS’ers in de Eerste Kamer en een aantal in provinciale staten en gemeenteraden, maar daar regel je niet de corebusiness van 50PLUS –behoud van een goed pensioenstelsel en inkomenszekerheid op latere leeftijd- dus de kans dat 50PLUS herrijst is nihil. En dat is maar goed ook. Die partij kan de beloften aan de kiezers nooit waarmaken.

 

In mei 2020 besloten de reeds gekozen lijsttrekker Henk Krol en ik het dolhuis te verlaten. In mijn boek Tien Zetels; hoe 50PLUS ten onder ging en wat we daarvan leren (uitgeverij Prometheus, november 2020, te bestellen via www.bol.com of te koop in de boekwinkel) heb ik de doldrieste avonturen in die partij beschreven, legde ik uit dat het 50PLUS-DNA zich niet laat muteren en waaraan dat ligt.

 

Toen al voorspelde ik de dood van 50PLUS, ondanks zijn grote kiezerspotentieel. De krankjorume reglementen die voorzien in een kleine honderd statutair vastgelegde functies voor ‘apparatsjiks’, in een partij zo klein als 50PLUS, vormen een garantie voor permanente ruzie. Eenmaal op een of ander pluche gezeten –lid van het partijbestuur, lid van een afdelingsbestuur, lid van een of andere commissie, lid van een adviesraad- laten de immer betwetende senioren zich nimmer meer verdrijven en gaan ze zich te buiten aan gekonkel, geroddel, gestook en geruzie.

 

Daarmee ontstaat de tweede factor die 50PLUS naar de ondergang heeft gebracht: de partijcultuur. Die is negatief, achterbaks, conflictueus, polariserend en afgunstig. Kwaliteit is een bedreiging, middelmaat en minder zet de toon.

 

We zijn gesaboteerd, geïntimideerd en gepest” schreven Liane den Haan en haar twee naaste medewerkers in een evaluatiedocument. “Niets van waar” loog Jan Nagel. ‘Heel voorstelbaar’ dacht ik. Het overkwam mij ook. Ik was nog geen week voorzitter of het gedonder begon al met een idiote mail van de 50PLUS-fractievoorzitter te Venlo aan alle 50PLUS-Kamerleden, waarin in dronkemanstaal nare dingen over mij werden geschreven. Zelf kreeg ik die mail niet. Niet veel later kreeg mijn echtgenoot thuis een anonieme brief vol vuilspuiterij en beledigingen aan mijn adres met het dringende advies mij te bewegen me terug te trekken als voorzitter. Het zou anders heel slecht met me aflopen. En zo ging dat maar door. Tot de allerlaatste dag en ook nog daarna. Jan Nagel speelde in dat alles de hoofdrol.

 

De bekende Leidse hoogleraar Afshin Ellian vroeg op Twitter of iemand de beleefdheid kon hebben deze partij op te heffen. Hij heeft groot gelijk. 50PLUS verbrandt jaarlijks zo’n 700.000 euro belastinggeld in de vorm van partijsubsidie. Tel daarbij de kosten voor circus 50PLUS in de Tweede Kamer en je zit zo op anderhalf miljoen euro per jaar. Voor dat enorme bedrag koopt de kiezer niets anders dan gezeur, geruzie, gekonkel en gênant wangedrag. Met een Kamerlid dat hele andere koek verkoopt dan waarvoor de kiezers op 50PLUS stemden.

 

Met het concept van een ouderenpartij is niets mis. Met de uitvoering wel. Zeker bij 50PLUS. Het nieuwe bestuur dat zaterdag 8 mei wordt gekozen staat dan ook maar één taak te wachten: zo keurig mogelijk de liquidatie van de Vereniging regelen, met goede zorg voor de medewerkers die al op straat zijn komen te staan en voor wie nog ontslag wacht. Met een nette afronding van de financiën en verantwoording aan het Ministerie van BZK. Met het opzeggen van het huurcontract van het partijkantoor. En vooral met beleefde excuses aan de leden en aan de kiezers die in de steek zijn gelaten door een stel roekeloze egotrippers zonder geweten. Jan Nagel wist zo goed hoe je een krantencampagne moest voeren. Ik zeg: grijp je kans!

 

De compositie ‘The Last Post’, een voor trompet geschreven stuk in Cmajeur bedoeld als muzikale dagafsluiter na het controleren van de militaire posten, heet in Frankrijk ‘Aux Morts’. Ik speel piano en geen trompet. Was het anders zou ik nu gaan blazen. Hoe dan ook, dit was mijn laatste ‘post’ over 50PLUS. Nu ben ik er wel klaar mee. Tijd voor wat nieuws!

 

Geert Dales

6 mei 2021

(aanmeldingen voor updates over nieuwe publicaties: www.geertdales.com/nieuwsbrief-reacties-contact)

 

 

 

 

FREE AMALIA !

 

 

FREE AMALIA !

hoe de prinses Latifa van Nederland mij het laatste zetje gaf

 

Prachtige Koningsdag weer, in Eindhoven deze keer. De familie trok erop uit om op de High Tech Campus van de universiteit twee uurtjes door te brengen als gast van een overenthousiaste burgemeester John Jorritsma, wiens ambtsketen behoort tot de buitencategorie qua protserigheid en afmetingen. Onbedoeld gaf dat extra accent aan de kolderieke vertoning die ons werd voorgeschoteld, compleet met transport in maffe autootjes en een regioquiz van het kaliber ‘In welk Brabants dorp werden vorig jaar de meeste baby’s geboren?’ Team Oranje won.

 

Mijn aandacht werd vooral getrokken door prinses Amalia. In 2019 -het kind was toen 15 jaar oud- werd ze tijdens de Koningsdagviering in Amersfoort geïnterviewd door een journalist van RTL. Het was voor mij de eerste keer dat ik de kroonprinses wat langer hoorde praten en dat deed ze goed. Rustig, keurige Beatrixiaanse dictie, beschaafde en vriendelijke antwoorden in elegante volzinnen.

 

Wat vooral indruk maakte was haar reactie op de opmerking van de interviewer “Het lijkt me af en toe ook wel een beetje gek, al die ogen die op u gericht zijn”. “Ja”, sprak de 15-jarige, “het is af en toe nog onwerkelijk voor mij om me te realiseren dat dit nu echt mijn leven is”.

 

Hartverscheurend. Daar sta je dan, aangestaard door hordes omstanders, bekeken door miljoenen televisiekijkers. Te veinzen dat je het feest geweldig vindt en er elk jaar reikhalzend naar uitziet. Beleefd antwoord gevend op onnozele vragen over de malle capriolen van het uitzinnig uitgedoste publiek dat van Koningsdag weer een ‘evenement om nooit te vergeten’ maakte.

(video van het gesprek hieronder; vanaf 1’18” spreekt Amalia).

 

Mij raakte het te zien dat bij deze jonge intelligente, talentvolle en sympathieke vrouw het besef was ingedaald wat haar te wachten staat. Een levenslang verblijf in een mallemolen waaruit geen ontsnappen mogelijk is. Omringd door hermelijnvlooien, hielenlikkers, vleiende hoogwaardigheidsbekleders, knipmessende bedienden, amechtig volk en beveiligers die geen seconde van je zijde wijken. Lastiggevallen door journalisten en fotografen. Slachtoffer van anonieme twitteraars met bagger over je uiterlijk. Beroofd van de vrijheid om eigen keuzen te maken over opleiding of werk en beperkt in het sociale verkeer met vrienden en vriendjes. Zodra je een voet buiten de deur zet kun je iedere seconde ten prooi vallen aan mensen met bijbedoelingen. Het moet beklemmend zijn.

 

In Eindhoven deed zich opnieuw zo’n hartverscheurend moment voor toen de drie koningsdochters los gingen tegenover het aanwezige journaille. Op de vraag aan Amalia of ze met spanning uitzag naar haar 18e verjaardag –de dag waarop ze grondwettelijk in aanmerking komt voor de troonsopvolging- antwoordde de prinses er net zo weinig spannends in te zien als in haar 17e verjaardag en dat was ook al niks bijzonders geweest.

 

Het was niet genoeg voor de journalist. “Hoe bereidt u zich voor op uw nieuwe rol”. “Ik bereid me vooral voor op mijn aanstaande schoolexamen” antwoordde Amalia. Die was raak! Maar het ergste moest nog komen. Zus Alexia vertelde blij te zijn dat zij in haar leven dingen kon gaan doen die bij haar pasten en waar haar talent en passie lagen. Amalia gaf geen krimp, maar het moet haar als een mokerslag getroffen hebben. Wat een eenzaamheid, wat een verdriet.

 

Bij mij kwam een sterk gevoel van mededogen op. Niet alleen met de kroonprinses, maar met de hele koninklijke familie. Als ik naar hen kijk zie ik niet zozeer de privileges van wonen in paleizen, riante salarissen, fiscale voordelen, regeringsvliegtuigen, buitenhuizen, mooie boten, tiara’s in het haar en andere glitter and glamour, maar het onmenselijk knellende harnas van artikel 24 van de Grondwet en alles wat daaruit voortvloeit en ermee annex is. Niemand maakt mij wijs dat dit een leuk leven is.

 

Het erfelijk staatshoofdschap, in ons land in de vorm van het koningschap, is in strijd met artikel 3 van de Grondwet: ‘Alle Nederlanders zijn op gelijke voet in openbare dienst benoembaar’. Het is ook in strijd met het gelijkheidsbeginsel van artikel 1 van de Grondwet. Het is strijdig met het uitgangspunt dat voor benoeming in openbare functies kwalitatieve criteria leidend moeten zijn. De grondwet bepaalt evenwel dat de oudste nakomeling van de koning de erfopvolger is, niet de bekwaamste. De financiële, fiscale, en procesrechtelijke uitzonderingsposities en privileges van de Koning zijn strijdig met ieder gevoel van gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid en eerlijkheid en passen totaal niet in hedendaagse maatschappelijke verhoudingen, zeker niet in het egalitaire Nederland. Het is hier Thailand niet.

 

Maar dit is niet mijn punt, netzomin als ik me erg druk maak over de schandaaltjes die de leden van ons Koningshuis steevast omringen. Recent de Griekse vakantie in coronatijd, het gesjacher met natuursubsidies voor Kroondomein Het Loo, fiscale ontsnappingsroutes om erfbelasting te drukken, irreglementaire kunstverkopen en het maandenlange afsluiten van natuurgebieden ‘uit respect voor de leefomgeving van de Koning’, die ongestoord op jacht moet kunnen met zijn vrienden. Ik probeer me dan in te leven in hun biotoop, die in alles onvergelijkbaar is met die van de gewone man en waarin andere referentie- en toetsingskaders gelden. Gesjoemel is onvergeeflijk, ook in koninklijke kring, maar de ontsnappingsdrang met dito gedrag kan ik billijken. Behalve de jongste generatie heb ik ze allemaal meermaals ontmoet en kunnen vaststellen dat het aardige mensen zijn, wars van hautain en neerbuigend gedrag. Dat stemt mild.

 

Mijn punt is ook niet dat de monarchie veel geld kost. Kunst en cultuur kosten ook veel geld en als echte liefhebber ben ik de laatste die daarover zal zeuren. Of het Koningshuis economisch wel of niet rendeert interesseert me evenmin. Dat handelsmissies onder leiding van een koning succesvoller zijn dan die onder leiding van een minister is nimmer wetenschappelijk bewezen, netzomin als het vermeende positieve causale verband tussen een monarchistische staatsvorm en economische welvaart. Tegenover ieder voorbeeld van zo’n gunstige correlatie plaats ik moeiteloos drie voorbeelden van het tegendeel, waarbij ik het nog niet eens heb over het enorme afbreukrisico voor het imago van een land als je een zwendelaar als de Spaanse koning Juan of een moordenaar als de Nepalese kroonprins Dipendra aan het roer krijgt.

 

Maar ook daar gaat het me niet om. Zelfs niet om de schending van het rechtsstatelijk en democratisch beginsel van scheiding der machten, met een ongekozen staatshoofd die lid van de regering is, aan het hoofd staat van de bestuursrechtelijke macht en wiens handtekening nodig is om wetten in werking te zetten of benoemingen voor hoge posities te bekrachtigen. Zeker sinds de koning sinds 2012 buiten de kabinetsformatie is gezet maak ik me geen zorgen over enig misbruik van bevoegdheden.

 

Mijn punt is dat wat wij de koning en straks koningin Amalia aandoen in strijd is met de menselijke waardigheid en met internationale verdragen. Wij ontnemen onschuldige mensen de vrijheid, zoals Mohammad bin Rashid al-Makhtoum, de sjeik van Dubai, dat deed met zijn dochter prinses Latifa. Ik geef toe, in termen van fysieke leefomgeving gaat de vergelijking mank, want Latifa moet het doen met een villa van een paar honderd m2 terwijl Amalia stad en land kan afreizen. Maar het principe is gelijk. Onder koninklijk mom wordt iemand beroofd van de vrijheid en dat mag niet. Het is in strijd met letter en geest van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. In strijd met de artikelen 8, 9 en 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. En wat betreft Amalia tot haar 18e verjaardag ook nog eens in strijd met de artikelen 12, 13, 14 en 16 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.

 

In 2015 werd in Nederland het rondtrekken en kunstjes vertonen met circusdieren verboden. Er is gelukkig een sterke trend waarneembaar om dieren, die zelf geen keuzevrijheid hebben, te vrijwaren van een algemeen als onwenselijk beschouwde behandeling, zoals te krappe kooien in dierentuinen of eenzame opsluiting in een weilandje achteraf.

 

Als een levend wezen niet op eigen kracht fysieke en sociale vrijheid kan verwerven of weet te voorkomen misbruikt te worden als vermaaksobject, is het zaak dat de samenleving inspringt. Dat geldt voor dieren, maar ook voor mensen. Het is treurig te zien hoe zo’n sprankelende jonge vrouw als prinses Amalia rechtstreeks afkoerst op een droevig lot, dat ze mogelijk zelf ook niet wenst en waar ze niet in vrijheid over kan beslissen. Op zijn minst moet zij de gelegenheid krijgen om voor de eer te bedanken, zonder dat daar meteen grote woorden als ‘constitutionele crisis’ bij vallen, zoals gebeurde toen haar grootmoeder Beatrix ten tijde van het Lockheed-schandaal liet weten moeder Juliana niet te willen opvolgen als vader Bernhard te hard zou worden aangepakt.

 

Amalia’s scherpe optreden van gisteren heeft mij definitief over de streep getrokken. Al langer speelde ik met de gedachte, maar vandaag is het zover: ik ben lid geworden van ‘Republiek’, het onlangs in een nieuw jasje gestoken ‘Republikeins Genootschap’ (www.republiek.org). Ik kan het niet langer aanzien. De monarchie moet weg, de vrijheid terug. Voor ons, maar vooral voor hen.

 

Free Amalia!

 

Geert Dales

28 april 2021

aanmelden voor updates:

www.geertdales.com/nieuwsbrief-reacties-contact

 

 

 

 

EEN VIJF-EN-EEN-HALF VOOR VLIJT

 

 

EEN VIJF-EN-EEN-HALF VOOR VLIJT

 

Jacqueline Biesheuvel-Vermeijden is een eerbiedwaardige mevrouw. De juriste bekleedde mooie functies in de Emancipatieraad, de Centrale van Plattelandsvrouwenorganisaties en het Convent van Christenvrouwen. Van 1994 tot 2002 was ze lid van de gemeenteraad van Den Haag voor het CDA.

 

In diezelfde periode was haar man Pieter Jan Biesheuvel lid van de Tweede Kamer, eveneens voor het CDA. Niet zo’n gekke partijkeuze als je een achterneef bent van Barend Biesheuvel, die de wat ouderen onder ons zich herinneren als ‘mooie Barend’, de man die begin jaren ’70 enige tijd minister-president was namens de ARP, een partij op christelijke grondslag die later opging in het CDA.

 

Jacqueline Biesheuvel werd in 2000 directeur Constitutioneel Proces van de Tweede Kamer, op een moment dus dat haar echtgenoot nog lid van die Kamer was. Met de wetenschap en in het perspectief van nu en zeker met de wetenschap van nu over de corrupte belangenverstrengelingen in het CDA, in het bijzonder in Limburg, zou zo’n familiaire betrekking in een werksituatie als hoogst onwenselijk worden gekwalificeerd. Schijn van en zo.

 

Echtgenoot Pieter Jan vertrok in 2002 uit de Kamer. Jacqueline’s benoeming in 2004 tot griffier van de Tweede Kamer gaf vanuit integriteitsperspectief dan ook geen reden tot bezwaar, al zou ik zelf weg hebben willen blijven bij iedere schijn dat voorafgaande posities in Haagse kringen meetelden bij een dergelijke gewichtige benoeming.

 

De griffier van de Tweede Kamer is de hoogste ambtelijk leidinggevende van het Kamerpersoneel en belangrijkste ambtelijk adviseur voor de Kamervoorzitter. Deze functie bekleedde Jacqueline Biesheuvel tot 2015. Bij haar afscheid kreeg ze door toenmalig Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg namens Zijne Majesteit de versierselen opgespeld die behoren bij de onderscheiding ‘Officier in de Orde van Oranje-Nassau’. Getooid met de bijbehorende parafernalia en kijkend door een suave bril hield mevrouw Biesheuvel bij haar afscheid als griffier een toespraak in aanwezigheid van de minister-president. Daarin verhaalde ze over haar grootvader mr. Jan Terpstra, minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap in het derde kabinet Ruijs de Beerenbrouck (1929-1933) en ARP-Kamerlid van 1933 tot 1952. Het moge duidelijk zijn: mevrouw Biesheuvel is niet van de straat.

 

Vijftien jaar vertoefde zij in de ambtelijke top van de Tweede Kamer, waarvan elf jaar als hoogste baas. Dan heb je wat gezien, gehoord, te vertellen en aan te bevelen, zou je denken. Zo niet Jacqueline Biesheuvel. Haar afscheidsrede was een monument van nietszeggendheid. Een opsomming van hoogtepuntjes en obligate bedankjes. Niveau schoolkrant. De tekst bevat geen enkele belangwekkende, laat staan originele gedachte.

 

(voor wie het lezen wil: Google-zoekopdracht ‘afscheidstoespraak jacqueline biesheuvel’ en daarna doorklikken op de link ‘koninklijke onderscheiding voor vertrekkend griffier’. Onderaan bevindt zich weer een link naar de toespraak)

 

Met deze bevindingen is het even verbazingwekkend als veelzeggend dat mevrouw op 1 januari 2020 weer opdook in de Kamerburelen, nu als ‘adviseur integriteit van de Tweede Kamer’. In die rol moet zij Kamerleden van advies dienen over de uitleg en toepassing van regels op het gebied van integriteit. Denk aan het gebruik van vergoedingsregelingen, de registratie van nevenfuncties en inkomsten en meer in het algemeen het gedrag van een Kamerlid. Zij oordeelt daar niet over, zij adviseert slechts en dat alleen als een Kamerlid erom vraagt. Haar adviezen zijn vertrouwelijk, tenzij het Kamerlid zelf besluit tot openbaarmaking. Tot dusverre gebeurde dat niet, wat betekent dat Kamerleden haar ofwel niets gevraagd hebben, of de gevraagde adviezen niet bevorderlijk waren voor het aanzien van het Kamerlid en dus onder de pet moesten blijven.

 

Conform opdracht van het Presidium van de Tweede Kamer, bestaande uit de voorzitter en de ondervoorzitters, dient de adviseur integriteit ‘uiterlijk in februari van het volgende kalenderjaar’ een geanonimiseerd jaarverslag uit te brengen. Jacqueline’s eerste jaarverslag aan het presidium verscheen op 22 april 2021. Minstens twee maanden te laat dus. Was dat al geen beste beurt, wie het verslag tot zich neemt moet ook nog eens concluderen dat het qua nietszeggendheid haar afscheidstoespraak naar de kroon steekt. Wat heeft die mevrouw in godsnaam zitten doen in het afgelopen jaar?

 

Terwijl zich rondom Kamerleden het ene na het andere integriteitsschandaal ontrolde, zoals graaien uit declaratiepotten, dronkemansritten over snelwegen, liegen en bedriegen en zelfs prostitutie in het Kamergebouw, tikte Jacqueline Biesheuvel vijf-en-een half A4-tjes bij elkaar zonder ook maar de minste belangwekkende mededeling.

 

Ze klaagt wat over gebrekkige ondersteuning, prijst het waardevolle contact met haar collega in de Eerste Kamer, legt uit dat ze bij ontvangst van een adviesverzoek eerst de ontvankelijkheid beoordeelt, licht toe wat wel en vooral niet onder haar mandaat valt -veel niet- en besluit met de mededeling dat ‘geen andere conclusies zijn te trekken dan dat de informatie over integriteitsregels gemakkelijk toegankelijk moeten zijn’ en ‘dat het aanbeveling verdient integriteitsregels met een zekere regelmaat onder de aandacht van de Kamerbewoners te brengen’.

 

Dank u wel.

 

In haar jaarverslag meldt ze dat ze van plan was geweest bij alle Kamerfracties op kennismakingsbezoek te gaan maar dat dit vanwege corona beperkt is gebleven tot slechts één fractie. Ze meldt het niet expliciet –vertrouwelijk, nietwaar- maar ik kan verklappen dat het de fractie van 50PLUS betrof.

 

Als partijvoorzitter woonde ik de fractievergaderingen bij en het bezoek van Jacqueline Biesheuvel staat mij nog levendig voor de geest. Net als in haar jaarverslag legde ze haar opdracht, mandaat en de te volgen procedures uit. Het gesprek met de ongeïnteresseerde en onvoorbereide fractie liep inhoudelijk voor geen meter.

 

Als gebruikelijk keek fractievoorzitter Henk Krol verlangend in mijn richting voor de nodige Schwung. Ik vertelde de integriteitsadviseur over mijn ervaringen als bestuurlijk verantwoordelijke voor integriteitsbeleid in het Amsterdamse College van B&W in het begin van deze eeuw. Pro-activiteit was daar het parool. Niet wachten tot een ander, een journalist bijvoorbeeld, met iets komt, maar zelf erop af. Openheid betrachten. Analyses maken. Kwantitatieve rapportages. Trends en ontwikkelingen. Aanbevelingen doen en zorgen dat die geïmplementeerd worden. Op mijn vraag of die aanpak ook de hare was antwoordde ze: “Nee, dat zit helaas niet in mijn mandaat”. Waarop ik vroeg: “Waarom heb je het dan aanvaard?” Dat was het moment waarop de fractieleden mij aankeken met een blik van: Geert, je bent de partijvoorzitter, geen lid van de Tweede Kamer.

 

De Tweede Kamer heeft niet alleen een adviseur integriteit, maar ook een gedragscode en een College van Onderzoek Integriteit waar iedere burger klachten kan indienen over schending door Kamerleden van die gedragscode. Het lijkt heel wat maar stelt vooralsnog, gelet op de beperkte reikwijdte van de gedragscode, niet veel voor.

 

Het College is al een maand geleden benoemd. De adviseur integriteit loopt er al bijna anderhalf jaar rond. Ik durf te wedden dat niemand, behalve een enkele ingewijde of een geïnteresseerde journalist, dit weet. De Tweede Kamer heeft er op geen enkele wijze actief over gecommuniceerd. Als je op de zoekfunctie van www.tweedekamer.nl trefwoorden intoetst als ‘adviseur integriteit’, ‘college van onderzoek’, ‘klachten over Kamerleden’, ‘gedragscode’ en dergelijke beland je in een ondoorgrondelijk woud van Kamerstukken waar geen normaal mens een touw aan kan vastknopen. Nergens een handzaam PDF’je waarin het allemaal helder wordt uitgelegd. Nergens een portal waar je terecht kunt met vragen.

 

Nee, een slordig getikt nietszeggend jaarverslagje van de integriteitsadviseur aan het Presidium, dat mij bij toeval in handen viel en dat ik, hoewel goed geïnformeerd en bedreven in het doorzoeken van het dichte digitale Tweede Kamerwoud, anders nooit onder ogen had gekregen. Daarmee moeten we het doen.

 

Ik ben in een milde bui. Laten we zeggen dat de aanwezigheid van de integriteitsadviseur, de aanvaarding van de gedragscode en de instelling van het College van Onderzoek Integriteit hoopvolle signalen zijn in een wereld vol integriteitsschendingen. Het begin is er, nu nog de uitwerking. Ik geef voor elke pagina die Jacqueline Biesheuvel voltikte één punt. Dat wordt dus een vijf-en-een-half. Voor vlijt.

 

Jacqueline Biesheuvel heeft een benoeming op zak voor zes jaar. Als het Presidium voetstoots genoegen neemt met de prestaties in haar eerste jaar verlies ik ieder geloof in de oprechtheid van de Kamer om serieus werk te maken van het integriteitsbeleid. Reikhalzend zie ik ook uit naar de eerste levenstekens van het College van Onderzoek.

 

Voor zover u het niet weet: iedere burger kan daar terecht met klachten over het gedrag van Kamerleden. Grijp uw kans, zodra u uitgevonden heeft waar die in te dienen. Ik kan het u niet vertellen.

 

Geert Dales

26 april 2021

 

 

Gelijk krijgen is prettig, maar niet als het te laat gebeurt.

 

Nul zetels peilt Maurice de Hond momenteel voor 50PLUS (zie onderaan).

 

De ondergang van 50PLUS, die dezer dagen zijn laatste fase ingaat met de, traditiegetrouw in de volle openbaarheid uitgevochten knallende ruzie tussen het enig overgebleven Tweede Kamerlid Liane den Haan en het partijbestuur, vervult mij met een licht gevoel van leedvermaak ("hadden jullie nou maar naar mij geluisterd, had 50PLUS tien Kamerzetels gehad, bezet door competente lieden"), maar vooral met een pijnlijk gevoel van treurnis over deze volstrekt onnodige teloorgang van wat ooit een veelbelovende politieke partij was.

 

50PLUS had nu een sleutelrol in het parlement kunnen spelen en eindelijk concreet iets kunnen bereiken voor de achterban die in tien jaar tijd 25% van zijn koopkracht is kwijtgeraakt.

 

Maar de betweters en querulanten kozen voor een andere route. Niet die van mij en Henk Krol -al in december 2019 met steun van 89% van de leden gekozen tot lijsttrekker- maar die van de onverbeterlijke ruziemaker Jan Nagel. In augustus vorig jaar werd deze egocentrist voor de vierde keer partijvoorzitter gemaakt, alsof zijn eerdere déconfitures nooit hadden plaatsgevonden.

 

In een even onthutsend als hilarisch interview in de NRC kort na zijn voorzittersverkiezing werd ik door de Erevoorzitter met de grond gelijk gemaakt en richtte hij voor zichzelf een monument op.

 

Alleen ik kan 50PLUS redden. Ik weet hoe je een verkiezingscampagne moet voeren. Ik weet hoe je een goede lijsttrekker vindt. Ik weet hoe je die aan tafel krijgt bij de talkshows. Ik weet hoe je een goede lijst opstelt. Ik weet hoe je radio- en tv-spotjes  maakt. Na vijftig jaar weet ik wat effectiever is. Ik weet hoe je een krantencampagne voert. Daarom doe ik het

 

Ik overdrijf niet, hij zei het letterlijk zo.

 

De feiten spreken voor zich. www.geertdales.com/tien-zetels

 

R.I.P. 50PLUS.

 

Geert Dales

25 april 2021

 

 

WUFTE WIJSHEID

WUFTE WIJSHEID

Lang geleden, het zal in 2005 geweest zijn, ging in mijn burgemeesterskamer te Leeuwarden de telefoon. Aan de lijn hing het secretariaat van de vice-president van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink. Of ik zin had om een keer met hem te praten over allerhande politiek-bestuurlijke vraagstukken.

 

De directe aanleiding was het verschijnen van het ‘Liberaal Manifest’, een boekwerkje van 85 pagina’s dat was opgesteld door een speciale VVD-commissie waarvan ik de voorzitter was. Het bevatte allerlei bespiegelingen over individuele vrijheid, de rol van de staat, burgerschap, grondrechten en identiteit en was bedoeld als aanzet tot een herijking van de grondbeginselen van de VVD.

 

Het Liberaal Manifest kreeg toen het in 2005 werd gepubliceerd veel aandacht in de media, zoals de Groene Amsterdammer (https://www.groene.nl/artikel/manifest-barst-van-de-liberale-nieuwigheden)

 

waarover spraken wij?

Dat was Tjeenk Willink niet ontgaan. Hij wilde er wel eens over praten. Mijn functies van burgemeester en korpsbeheerder van de regionale politie zullen meegespeeld hebben bij de invitatie.

 

Uiteraard nam ik de uitnodiging van de vice-president van de Raad van State, beter bekend als ‘onderkoning’, aan. Zoiets weiger je niet en ik ben, althans was, parmantig en ijdel genoeg om gevleid te zijn dat deze machtige figuur in ons democratische bestel mijn gedachten belangwekkend genoeg vond om er kennis van te nemen.

 

Zo geschiedde het dat ik op een mooie dag het Haagse Paleis Kneuterdijk betrad, waar begin 19e eeuw koning Willem I resideerde en later zijn zoon Willem II en diens echtgenote Anna Paulowna. Tegenwoordig huist daar de Raad van State. Het paleis is een ontwerp van de Franse bouwmeester Daniël Marot (1660–1752), die ook de hand had in het prachtige oude Stadhuis van Leeuwarden met zijn fenomenaal mooie burgemeesterskamer. Ik voelde me dan ook meteen thuis bij de onderkoning, wiens werkkamer uitzicht gaf op de Franse tuin aan de achterzijde van het paleis.

 

Anderhalf uur duurde ons gesprek, dat ik als uiterst plezierig, onderhoudend en interessant ervoer. Aantekeningen maakte ik niet. Ik kan dus niet meer nalezen waarover wij precies spraken en welke conclusies we trokken. Hoe boeiend de gedachtenwisseling ook was, geen enkele herinnering is me bijgebleven anders dan dat het een aangenaam gesprek was. Dit terwijl ik een beter geheugen heb dan menig politicus en me allerhande details uit gesprekken van soms decennia geleden nog feilloos kan herinneren.

 

 

met wufte wijsheid het debat ontlopen

Dit komt bij me op als ik de thans 79-jarige Tjeenk Willink weer als informateur over het Binnenhof zie wandelen. Hij is een eerzaam persoon die in een bepaald tijdsgewricht perfect paste. Het tijdsgewricht waarin heren en een enkele dame samenschoolden om op beschaafd-intellectualistische wijze maatschappelijk ordenend op te treden, conflicten weg te poetsen en te zorgen dat besturen kunnen besturen.

 

Het was de tijd waarin deftige verhandelingen over democratie, vertrouwen, de rechtsstaat en de gapende kloof tussen politici en burgers de indruk wekten van oprechte interesse van de politiek-bestuurlijke klasse in de noden van het gewone volk en alleen al daarom dempend werkten op politieke en sociale tegenstellingen. Op de gewone man, waaronder menige volksvertegenwoordiger, maakte dat indruk. Wat was het toch weer mooi opgeschreven in de jaarverslagen van de Raad van State, de rapporten van het Sociaal en Cultureel Planbureau of de adviezen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Zo kunnen we weer verder.

 

Hedendaagse leveranciers van fraaie adviseursretoriek zijn oud-Rabotopman Herman Wijffels, oud-SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan en de voormalige onderkoning HermanTjeenk Willink. De oud-commissaris van de Koning in Brabant, thans rector magnificus en voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit Tilburg Wim van de Donk kan er ook wat van. Beschaafde lieden, bedachtzame uitstraling, eloquent en altijd klaar om ons te vertellen over normatieve kaders, gapende kloven en noodzakelijke dialogen. Gemeenschappelijke karakteristiek van deze heren is dat geen van hen ooit voor de hete vuren van het politieke bestuur heeft gestaan. Alle vier waren of zijn ze ook deeltijd-hoogleraar, wat de status en statuur van hun woorden danig opwaardeert.

 

Wie de term bedacht heeft weet ik niet meer, maar toen iemand op dergelijke intellectualistische, ogenschijnlijk weldoordachte en in fraaie bewoordingen opgeschreven verhandelingen de kwalificatie ‘wufte wijsheid’ plakte zag ik het ineens: dit is niet bedoeld om debat uit te lokken, maar juist om het tegen te gaan. De kunst is vraagstukken zo te verwoorden dat iedereen in onzekerheid raakt of de voorgeschotelde probleemanalyse en aanbevelingen gelden als oprechte inzet voor maatschappelijke verandering, of juist bedoeld zijn om de status quo te handhaven en oproerkraaiers de mond te snoeren.

 

Wufte wijsheid is een machtig instrument in handen van de verbaal begaafde representant van de zittende macht, die met een aureool van weldenkendheid, al dan niet geveinsde betrokkenheid en gespeelde intellectualistische superioriteit imponeert en onzekerheid veroorzaakt over de werkelijke bedoelingen. Wanhopig vraag je je af: is hij zo intelligent of ben ik zo dom?

 

 

wat wil hij nou eigenlijk?

Terugdenkend aan mijn conversatie met Herman Tjeenk Willink moest ik hieraan denken. Ik was onder de indruk van zijn analytisch vermogen en begaafdheid om zijn gedachten in tot de verbeelding sprekende bewoordingen te vatten. Tevreden en voldaan ging ik naar huis, maar wat had hij me nou eigenlijk verteld? En waarom is me dat niet bijgebleven?

 

De vraag is of deze aanpak heden ten dage nog werkt. Ik denk van niet. Tjeenk Willink zelf had ook al twijfels. Toen hij op 6 april door de Kamervoorzitter werd benaderd om informateur te worden was zijn reactie “Het is armoede als je moet constateren dat je alleen bij een 79-jarige kan uitkomen, hoe leuk dat voor die 79-jarige ook voor één dag is. Maar het is niet goed”. Je vraagt je af waarom hij dan 'ja' gezegd heeft op het verzoek. Hij is toch niet de enige in Nederland die zo'n klus kan klaren?

 

Inmiddels klagen allerlei Kamerleden steen en been over de handelwijze van de voormalige onderkoning in zijn hernieuwde rol als informateur. Volgens de motie-Kaag was zijn opdracht om ‘in gesprekken met vertegenwoordigers van alle fracties te verkennen op welke wijze de vorming van een kabinet kan plaatsvinden en hierbij in het bijzonder te onderzoeken of en, zo ja, onder welke voorwaarden er voldoende vertrouwen tussen partijen bestaat of weer kan ontstaan om een breed gedragen weg uit de impasse te vinden’.

 

De gesprekkenreeks van de informateur gaat veel verder dan dit mandaat. Jan en alleman komt voorbij. De Kamer had kunnen weten dat Tjeenk Willink de man is van de brede beschouwingen, van de esoterische discussies met interessante gesprekspartners, van de vergezichten over de democratische orde, rechtsstaat en vertouwenskloof, gevat in imposante teksten waarvan je na een tijdje allen nog maar weet dat ze eloquent waren. Het is de methode van dempen en appaiseren die in een ander tijdsgewricht wellicht prima werkte, maar niet in het huidige.

 

 

andere tijden, andere methoden

Nog maar een paar weken geleden werd een motie van wantrouwen tegen de minister-president nipt verworpen en een motie van afkeuring tegen het Kamerlid Rutte met algemene stemmen minus zijn eigen partij aangenomen. De jongste ontwikkelingen in de ‘toeslagenaffaire’ (https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/5226484/mark-rutte-toeslagenaffaire-ministerraad-tweede-kamer-pieter) vormen extra aanleiding voor de vaststelling dat we met wufte wijsheid de bestuurscrisis niet te boven komen.

 

Deze tijd vraagt niet om intellectualistische beschouwingen over ‘vertrouwen’ of ‘macht en tegenmacht’, noch een fraai geformuleerde regeringsagenda met vergezichten, maar om een hardhandig afrekenen met de ingeslopen bestuurscultuur van verdoezelen, achterhouden, afdekken, tegenwerken, verzwijgen, liegen en bedriegen. Dit is een ander tijdsgewricht dat om andere spelers en andere methoden vraagt.

 

Geert Dales

22 april 2021

 

 

 

 

HOE EEN LACHEBEKJE HET LACHEN VERGING

Kent u die ervaring? Intuïtief voel je dat er bij iemand iets scheef zit, maar je krijgt de vinger er niet achter. En dan lees je op een dag dingen in de krant en denk je: ‘zie je wel, ik voelde het aan mijn klompen’.

 

Vandaag was het weer zover met de nieuwsberichten over de 480 miljoen euro die ABN-AMRO, nog steeds grotendeels in handen van de Nederlandse Staat, van ons dus, moet betalen aan het OM wegens het jarenlange faciliteren van witwassen en doorsluizen van crimineel geld. Nog pikanter zijn de berichten dat het OM drie oud-bestuurders op de korrel heeft voor een mogelijke persoonlijke vervolging. Daaronder voormalig CEO Gerrit Zalm, oud-minister van financiën, erelid van de VVD.

 

Eerst maar even de disclaimer: of het tot een vervolging van de bestuurders komt staat niet vast. En als het al zover komt geldt de onschuldpresumptie. Niemand is schuldig totdat de feiten bewezen zijn. Dat Zalm vandaag via zijn advocaat liet weten ‘onnodig beschadigd’ te worden lijkt mij enerzijds een gebruikelijke verdedigingslinie van een advocaat en anderzijds voorbarig. Zoals wij van zijn onschuld moeten uitgaan tot het tegendeel bewezen is, moet hij van de terechtheid van het onderzoek uitgaan totdat daarvan het tegendeel is gebleken. Dit is ter beoordeling aan het OM en de rechter, niet aan de advocaat van Gerrit Zalm.

 

mondhoeken hangen

Dat de Raad van Commissarissen van ABN-AMRO naar verluidt het bestuur onder leiding van Zalm meermaals heeft aangespoord actiever op te treden tegen dubieuze klanten en de toezichthouder de bank al vaker van nalatigheid had beschuldigd, moet de oud-minister reden geven tot grote zorg. Het lachen is hem dan ook per direct vergaan. De mondhoeken staan recht naar beneden, al was het maar omdat hij ineens zijn lucratieve bijbaantje als commissaris/toezichthouder bij Danske Bank kwijt is. Net als de CEO van die bank, de Nederlander Chris Vogelzang, die in een vorig leven lid was van de Raad van Bestuur van ABN-AMRO, onder leiding van Gerrit Zalm! Heerlijk, die vriendschappelijke banden. “Het gaat er niet om wat je kunt, maar wie je kent” . Tegeltjeswijsheden zijn zo gek nog niet.

 

Voor wie meer wil weten, hier de link:

https://danskebank.com/news-and-insights/news-archive/company-announcements/2021/ca19042021

 

neiging tot kleineren

Terug naar de intuïtie. Begin deze eeuw was ik een keer op bezoek in Zalms ministeriële werkkamer. Het gesprek ging over de privatisering van Schiphol. Als wethouder financiën van Amsterdam was ik niet alleen lid van de Raad van Commissarissen van de luchthaven, maar ook de aandeelhouder die beschikte over voldoende numerieke invloed om een eventueel privatiseringsbesluit van directie en commissarissen te blokkeren. Dat was ik overigens helemaal niet van plan. Inhoudelijk verschilden Zalm, pro privatisering, en ik niet van mening. Het was mij dan ook een raadsel waarom de minister van financiën tijdens dat onderhoud zo zijn best deed om door te laten schemeren dat hij machtiger was dan ik. Een beetje neerbuigend deed hij ook, wat ik al helemaal niet begreep. We waren partijgenoten en nimmer had ik enig dispuut met hem. Intuïtief mocht ik hem niet, maar dat was alleen in kleine kring bekend.

 

In 2006 trad de latere PvdA-leider Lodewijk Asscher aan als Amsterdams wethouder van financiën. Op zijn eerste dag moest de junior bestuurder op bezoek bij routinier Gerrit Zalm, ook al om over de privatisering van Schiphol te praten. Het toenmalige Amsterdamse College van B&W was tegen en het was aan Asscher om die boodschap aan Zalm, de veel machtiger rijksaandeelhouder over te brengen. Met knikkende knieën betrad de jeugdige Asscher de ministerskamer en werd meteen, gespeeld joviaal, begroet als ‘de Fidel Castro aan de Amstel’ die zo van Mahler hield. Zulke lolligheid kan heel intimiderend overkomen en zo heeft Asscher dat ook ervaren. Dat hij toch zijn poot stijf hield zal bij Zalm geen bewondering, maar immense ergernis hebben opgeroepen. De man houdt niet van tegenspraak, zeker niet van mensen die intellectueel en sociaal zijn meerdere zijn.

 

eerst maar eens een staatssecretariaatje

Zijn intrinsieke neiging tot kleineren van mensen die hij aan denkt te kunnen kwam goed uit de verf tijdens een fundraisingdiner met VVD-geldschieters in het chique Amsterdamse hotel l’Europe. Kort daarvoor was ik penningmeester geworden van de VPRO, een functie die Frank de Grave, op dat moment minister van defensie, ook had bekleed. Al eerder was ik in De Grave’s voetsporen getreden als Amsterdams wethouder van financiën en loco-burgemeester. Grappend zei ik tegen Frank “Ik ben van plan jou op te volgen in alle functies die jij hebt gehad”. Waarop de meeluisterende Zalm, vals kraaiend van plezier, uitkraamde “Eerst maar eens een staatssecretariaatje”.

 

Het wilde al met al niet vlotten met onze persoonlijke betrekkingen. Begin 2003 moest VVD-coryfee Annemarie Jorritsma na afloop van haar ministerschap aan een baan worden geholpen. Ze had het oog laten vallen op het burgemeesterschap van Almere. VVD-burgemeestersscout en toenmalig Tweede Kamerlid Willibrord van Beek had al meerdere VVD’ers benaderd met de aansporing te solliciteren. Hoe meer VVD-sollicitanten, hoe groter de kans. Ik was er een van. Nog voordat ik had besloten daadwerkelijk te solliciteren hing Gerrit Zalm aan de lijn. Dat daarvan geen sprake kon zijn. Ik was nog geen jaar daarvoor lijsttrekker geweest bij de gemeenteraadsverkiezingen en opnieuw wethouder. Het zou kiezersbedrog zijn. Dat laatste verbaasde me zeer, want Zalm zelf had in 2002, nog maar een paar maanden na haar lokale lijsttrekker- en wethouderschap in Leiden, VVD’er Melanie Schultz van Haegen staatssecretaris gemaakt in het eerste kabinet-Balkenende. “Was dat dan geen kiezersbedrog?” vroeg ik hem. Zalm kon er niet om lachen. Pas toen een tijd later Annemarie Jorritsma werd benoemd begreep ik de reden voor zijn interventie. (wie over deze en andere belevenissen meer wil weten raad ik mijn boek ‘Tien Zetels’ aan (www.bol.com).

 

Het verbaasde me na deze episode geenszins dat de dringende uitnodiging die ik in april 2003 kreeg van Nicoline Van den Broek–Laman Trip om, na de val van Balkenende-I wegens heisa met de LPF te komen praten over een post in het kabinet Balkenende-II tot niets leidde. Van den Broek, destijds fractievoorzitter in de Eerste Kamer, toenmalig partijvoorzitter Bas Eenhoorn en partijleider Gerrit Zalm gingen over de benoemingen. Zalm zal een keihard ‘njet’ hebben laten klinken toen mijn naam viel. Hij is niet alleen machtswellustig en neerbuigend, maar ook rancuneus. Die kiezersbedrog-opmerking van mij pikte hij gewoon niet. Ik moest snappen dat hij aan de touwen trok.

 

 

werkloze zoekt baan

Toen kwam een affaire die hem in het hart getroffen moet hebben. Zalm was de langstzittende minister van financiën ooit, welk feit hij te pas en te onpas opbracht. In 2006 kapte hij ermee en wachtte tot de telefoon ging om hem een bestuursvoorzitterschap van een grote bank aan te bieden. Discreet meldde hij hier en daar zijn interesse in het bestuursvoorzitterschap van de RABO-bank.

 

Maar de telefoon ging niet. In kringen van de haute finance waren ze niet vergeten hoe neerbuigend Zalm zich bij herhaling had uitgelaten over dat milieu. Oud ABN-AMRO topman Rijkman Groenink kon er boeiend over vertellen. Ze pruimden de lachebek simpelweg niet. Niet omdat hij, zoals hij zelf meende, van eenvoudige komaf was als zoon van een kolenboer, maar omdat ze geen zin hadden in iemand die keer op keer had afgegeven op de topmensen van de grootbanken.

 

Premier Jan Peter Balkenende en Zalms opvolger als minister van financiën Wouter Bos deden nog een poging hem benoemd te krijgen in de directieraad van de Nederlandse Bank, maar daar zette bankpresident Nout Wellink hem de voet dwars, zoals we hebben kunnen lezen op pagina 354 van het fascinerende boek ‘De Prooi’ van Jeroen Smit

 

Uit nood gooide de werkloze Zalm een hengel uit bij zijn Westfriese streekgenoot Dirk Scheringa. Die kon wel wat imago-upgrade gebruiken en hapte. Legendarisch is de foto (zie hieronder) waar een geforceerd schaterlachende Zalm bij Scheringa in het gevlei tracht te komen. Met succes. Eerst werd de gewezen minister ‘hoofdeconoom’ en daarna tegen een veelvoud van een ministerssalaris Chief Financial Officer van DSB, de bank die in 2009 met donderend geraas in elkaar stortte met achterlating van een spoor van vernieling onder weinig gefortuneerde klanten.

 

Zalm moet de ellende hebben voelen aankomen. Hij maakte zich in 2008 razendsnel uit de voeten toen hij alsnog aan de slag kon bij een echte bank: ABN-AMRO, na de financiële crisis gered door en in handen gevallen van de Staat. Daar trok Zalms opvolger Wouter Bos met de staatsaandelen aan de touwtjes en zo kwam het met Zalm toch nog goed. In zijn kielzog schoof ook Joop Wijn aan, de oud CDA-staatssecretaris onder Zalm en huisvriend van Bos die nu ook onder het vergrootglas ligt van het OM.

 

In maart 2010 werd Zalm, die toen al twee jaar CEO van ABN-AMRO was, in het programma ‘Pauw & Witteman’ aan de tand gevoeld over conclusies van een onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten naar het DSB-faillissement. Het begint nog redelijk ontspannen als de nerveuze Zalm vertelt niet getwijfeld te hebben of hij zijn reputatie aan DSB moest verbinden. De bank was een ‘luis in de pels van de grootbanken’, waarmee hij meteen duidelijk maakte waarom die grootbanken hem destijds niet binnenlieten. Wie zo over dat milieu praat hoort er niet thuis.

 

Bij iedere vraag over de ranzige verkoop- en incassopraktijken van de nepbank, die gedurende de volle looptijd van Zalms DSB-mandaat doorgingen, gaan de lippen harder trillen, de mondhoeken verder zakken en de handen vaker naar het voor hem staande glas whiskey. Zeker als de andere tafelgasten, waaronder journalist Frits Wester en financieel deskundige Peter Paul de Vries zich met het gesprek gaan bemoeien verslechtert het humeur van Zalm. Wie de beelden met de wetenschap van nu nog eens bekijkt (zie link naar de video onderaan deze tekst) vraagt zich in gemoede af hoe hij ooit op het hoogste pluche van een systeembank heeft kunnen belanden.

 

In 2009 schreef Gerrit Zalm het boek ‘De romantische boekhouder’. “De langstzittende minister van financiën ooit. Naamgever van de Zalmnorm. Leermeester van Wouter Bos. Drager van de trotse bijnaam ‘Il Duro’. Liefhebber van flipperkasten die Nederland in de euro bracht. Joviaal maar deskundig, vriendelijk doch gevreesd” aldus de flaptekst. Voor een nieuwe druk heb ik wat aanvullingen: dominant machtswellustig, behept met een intimiderende geldingsdrang, onderdanig naar boven en neerbuigend naar beneden. Bij DSB was zijn doel er de beste consumentenbank’ van te maken. Na die mislukking bood het bestuursvoorzitterschap van ABN-AMRO, dat hem volkomen onverwacht via de ons-kent-ons-route in de schoot viel, de ultieme kans op wraak na de vernederende afwijzingen door de banktoppers in 2006 en 2007. Een succes bij de bank van nota bene Rijkman Groenink zou alle miskleunen uit het verleden definitief uit het collectieve geheugen wissen. Van zoiets word je vanzelf overmoedig.

 

De mondhoeken hangen vandaag lager dan ooit. 480 miljoen down the drain, alsnog een afgebladderd blazoen en ook nog het OM achter je aan. Er is weinig reden tot lachen.

 

Grutte Pier

Door het NTR-programma ‘Verborgen Verleden’ weten we dat Gerrit Zalm een nazaat is van Pier Gerlofs Donia, in Friesland beter bekend als Grutte Pier, Grote Pier dus. Die was aan het begin van de 16e eeuw in de strijd om behoud van de Friese soevereiniteit tegen de Graven van Holland actief als aanvoerder van de ‘Swarte Heap’’ een ongeregeld leger van aan lagerwal geraakte strijders die vochten in een veldslag rond Medemblik en bij zeeslagen op de Zuiderzee. Honderden tegenstanders vonden de dood door toedoen van Grutte Pier zelf. Het beroemde zwaard van de reusachtig grote vechtersbaas uit Kimwerd is te zien in het Fries Museum te Leeuwarden. Toen ik daar burgemeester was keek ik er wel eens naar voor nieuwe inspiratie en strijdlust. Zou ik Gerrit Zalm ook willen adviseren. Hij zal het nodig hebben.

 

Geert Dales

19 april 2021

(Wilt u geattendeerd worden op nieuwe posts op mijn website geef uw mailadres dan door via de contactpagina op deze website. Reacties zijn welkom en worden, mits serieus, altijd beantwoord